Grieks? (2026)

door

Dit jaar zullen er aan onze school 4 leerlingen afstuderen in een richting met Grieks, nl. Grieks-Latijn en Grieks-Wiskunde. Dat is amper meer dan 3% van de abituriënten. In het tweede middelbaar hebben er zo weinig leerlingen voor Grieks gekozen, dat er geen volwaardige Grieks-Latijnse klas meer kan gevormd worden. Staat het vak op het punt om te verdwijnen? Laten we niet dramatiseren: er zijn in de recente geschiedenis nog periodes geweest wanneer er weinig leerlingen voor het vak kozen. Ook in 2024 waren er maar 4 en tussen 1998 en 2003 waren er nooit meer dan 10 afstuderenden, met een absoluut dieptepunt in 2003 (2). In de periode 2004 tot 2017 waren er dan weer veel meer jongeren die voor het vak kozen.

In dit artikel wil ik even stilstaan bij dit vak. De richting Grieks-Latijn vormde lange tijd de enige toegangspoort tot de universiteit. Onderricht in de klassieke talen werd niet enkel beschouwd als een prima intellectuele vorming, het droeg ook bij tot een rijke algemene vorming (het humaniora-ideaal).

De interesse voor de Griekse taal gaat terug tot de 14de en 15de eeuw, wanneer Italiaanse humanisten opnieuw geïnteresseerd raakten in Griekse teksten. Een sleutelmoment was daarbij de val van Constantinopel in 1453, waardoor vele Griekse geleerden met hun manuscripten naar het Westen vluchtten. Belangrijke figuren in deze beweging waren o.m. Manuel Chrysoloras die Grieks doceerde in Florence, en “onze” Erasmus, die de studie van het Grieks stimuleerde, o.m. om het Nieuwe Testament in de oorspronkelijke taal te kunnen lezen. We denken in deze context ook aan de oprichting van het Collegium Trilingue te Leuven in 1517, waar Latijns, Grieks en Hebreeuws werden bestudeerd en onderwezen.

De voordelen van de studie van klassieke talen situeren zich op verschillende gebieden. Het is allereerst een vorm van mentale “gymnastiek”: men ontleedt complexe zinnen, zoekt verbanden tussen woorden en structuren. Dat scherpt het logisch denken en de analytische vaardigheden aan, wat uitermate handig is in richtingen zoals wetenschappen, rechten of talen. Vervolgens krijgt men directe toegang tot de bronnen van de westerse cultuur. Men ontdekt ideeën over filosofie, politiek, drama en mythologie in hun oorspronkelijke vorm, niet alleen via vertalingen. Bovendien komen veel moderne woorden uit het Grieks en Latijn. Daardoor krijgt men een dieper begrip van taal en leert men makkelijker nieuwe woorden. Om al deze redenen is de studie van klassieke talen een goede voorbereiding op hogere studies.

Toegegeven, vele van de hoger omschreven voordelen gelden evenzeer voor het Latijn. Maar waarom zouden jongeren in deze tijd nu precies Grieks gaan studeren? Er zijn meerdere goede redenen.

Zo heeft Grieks een complexere en rijkere taalstructuur. Oudgrieks gaat een stap verder dan Latijn in grammaticale nuance. Zo zijn er extra werkwoordsvormen, zoals de aorist. De taal heeft ook subtielere betekenisverschillen in tijden en wijzen. Voor leerlingen die graag puzzelen op hoog niveau is Grieks vaak intellectueel uitdagender.

Ten tweede krijgt men via Grieks directe toegang tot de Griekse filosofie. De fundamenten van het westerse denken zijn immers in het Grieks geschreven. Plato en Aristoteles zijn de meest bekende voorbeelden, doch vormen slechts een greep uit het geheel van Griekse denkers. In het Grieks zijn er nuances die in vertaling vaak verloren gaan (bv. woorden als logos, psyche, polis). Men komt dus dichter bij het oorspronkelijke denken.

Grieks is ten derde ook de taal van het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament is oorspronkelijk geschreven in het Grieks. Wie Grieks kent, kan religieuze teksten in de brontaal lezen. Dit is interessant voor wie zich wil verdiepen in theologie of religiegeschiedenis.

Het Grieks heeft ook een unieke literatuur die zich duidelijk onderscheidt van de Latijnse. Griekse tragedies en komedies (bv. Euripides, Aristophanes) hebben een eigen stijl en invloed. Deze teksten zijn vaak directer, emotioneler en filosofischer dan veel Latijnse werken.

Het feit dat Grieks in een ander alfabet geschreven wordt, vereist een andere manier van denken. Het Griekse alfabet dwingt om echt “opnieuw” te leren lezen en schrijven en los te komen van automatische taalpatronen. Dat maakt het begin moeilijker, maar ook verrijkender.

Ten slotte heeft het Grieks ook een sterkere link met wetenschapsterminologie. Hoewel Latijn ook belangrijk is, komt een groot deel van wetenschappelijke termen rechtstreeks uit het Grieks. Denken we maar aan biologie, neurologie, astronomie. Grieks helpt dus, misschien nog meer dan Latijn, bij inzicht in wetenschappelijke woordvorming.

Leerlingen moeten na het eerste jaar “klassieke studiën” belissen of ze in het tweede jaar Grieks gaan volgen of niet. Ze hebben dan 1 jaar Latijn gehad, en niet het gemakkelijkste of interessantste jaar: vocabularium memoriseren, nieuwe, ingewikkelde grammatica assimileren; de vruchten van deze intensieve arbeid volgen pas in de hogere jaren. Als men op zo’n moment aan een leerling vraagt of hij niet nog een tweede, ogenschijnlijk nog lastiger taal erbij wil nemen, laat het antwoord zich raden. Bovendien valt het vak ook ten prooi aan een kortzichtig nuttigheidsdenken waarbij aangenomen wordt dat enkel talenten die op heel directe wijze kunnen “vermarkt” worden, de moeite waard zijn om te leren. Nochtans draait onderwijs, zeker het algemeen vormend secundair onderwijs met doorstromingsfinaliteit, toch vooral om het “meer mens worden” (vandaar het aloude begrip “humaniora”), dat wil zeggen een brede kijk op de maatschappij en samenleving krijgen, een historisch besef ontwikkelen, een vakoverschrijdend metaperspectief krijgen. Weinigen kiezen voor Grieks en dat is heel jammer, want de studie van deze taal heeft enorme verdiensten. Misschien zou het niet slecht zijn om leerlingen die kiezen voor klassieke studiën, te verplichten om in het tweede (en misschien derde) jaar sowieso Grieks te volgen en de keuze omtrent het verderzetten van het vak uit te stellen tot het einde van de tweede graad. Op dat moment hebben de leerlingen toch een iets beter inzicht in de taal en datgene wat ze eventueel zullen verliezen als ze beslissen om ermee te stoppen.

Mathias Van Aken (94LAGR) in Het Beertje nr. 367 (juni 2026)